zondag 16 maart 2014

In Euforie bespreekt hij echter zoveel ongemakkelijkheden, dat Euforie eronder bezwijkt

Christiaan Weijts is een professional in het beschrijven en bespreken van de ongemakkelijkheden die een mens ervaart in zijn of haar leven. Weijts deed dit al in Art. 285 (hierin besprak hij het onderwerp stalken), Via Capello 23 (waarin het ging over de relativiteit van identiteit) en De etaleur (waarin hij het feit dan mensen behoeften creeren behandelde). Dit is Weijts in de drie genoemde boeken gelukt, zonder dat het thema ervoor zorgde dat je werd afgeleid van het vertelde verhaal. Hij bespreekt echter in Euforie zoveel ongemakkelijkheden, dat Euforie eronder bezwijkt.

Jammer dat de prachtige beschrijvingen van Christiaan Weijts deze keer net iets te vaak aan bod kwamen en de thema’s plus verhaallijnen kriskras door elkaar begonnen te lopen. Waar ik normaliter zo van geniet werd mij nu toch echt te veel.

Johannes Vermeer is een kunstenaar. Een tautologie zou je misschien zeggen, maar het is niet de schilder die er in uw hoofd opkwam toen u de naam las! Johannes Vermeer is in Euforie een jonge architect die ooggetuige is van een terroristische aanslag. Vermeer vertelt, om onduidelijke redenen, iedereen pas een halfjaar na de aanslag over zijn reddersrol tijdens de aanslag.

Vernieuwend is een van de woorden die zou vallen als ik u vertel over mijn mening over Euforie. Hoewel Weijts, zoals gezegd, al ervaring heeft met het schrijven van een boek waarin menselijke ongemakkelijkheden word als thema, heeft hij het deze keer toch anders aangepakt. Naar mijn mening op een minder goede manier als in de voorgaande boeken. Voor mij is het grootste verschil de hoeveelheid beschrijvingen, gebeurtenissen en visies die hij geeft in het boek. Het waren er enorm veel, er hadden er zeker een paar kunnen worden geschrapt.

Ik vind het enorm jammer dat hij dit niet heeft gedaan, het gaat namelijk ten koste van de verassende en inzichtrijke delen die het boek ook zeker bevat. Een voorbeeld van zo’n verassende vondst zijn de woorden ‘kom mee’. De woorden die Johannes Vermeer uitspreekt als hij je tijdens het lezen meeneemt van de ene naar de andere herinnering aan de aanslag. De kracht van deze woorden (en een aantal andere mooie vondsten) wordt echter erg afgezwakt door het feit dat het boek te vol is, te chaotisch. Het eindresultaat is ipv stuk voor stuk boeiende gebeurtenissen, elke keer weer een essayerende beschouwing.

Stilistisch gezien was het boek totaal niet aan mij besteed. Ik kan mij ongelofelijk ergeren aan de zeer vergezochte beschrijvingen die Weijts soms geeft. Dingen als ‘om precies te zijn: zo groot als de kans dat je fonkelende diamant aantreft in een varkensreet’ zijn misschien een keer leuk, maar na een aantal keer zinnen in die trant te lezen kreeg ik er toch wel genoeg van, maargoed: doorlezen!

De mate van emotionele betrokkenheid werd, voor mij, behoorlijk verminderd door de twee voorgaande feiten. Als ik me eenmaal ergens aan stoor lees ik met ENORM veel tegenzin door, wat een opeenstapeling van ergernissen betekent en dus geen fijne leeservaring. Ik vind het heerlijk als ik een boek lees waarin een ramp gebeurt en ik er emotioneel helemaal in word opgezogen, maar als verscheidene zaken afleiden van hetgeen waar het echt om draait ben ik er vrij snel klaar mee. Wat mij op het volgende brengt: de intentie van de schrijver.

De intentie van de schrijver is volgens mij toch wel het meenemen van de lezer, het meenemen van de lezer in het hoofd van Vermeer. Het het meenemen van de lezer in de gedachtegang en herinneringen van Vermeer. Wat door de flashbacks goed gelukt is. ja, dan toch een lichtpuntje!

Vermeer is een gecompliceerd persoon, die, zoals eerder genoemd, om onduidelijke redenen zijn heldendaad aan niemand vertelt. Uit zijn gedachten en herinneringen blijkt dit dus ook niet. Toch neemt de schrijver je mee in de wereld van Vermeer. Dit doet hij door letterlijk ALLES wat er in zijn hoofd omgaat te beschrijven (‘kijk jongens, die borsten’). Een sterk punt van Euforie!

Structureel vind ik het boek een zesje waard, dit zeg ik omdat mij tijdens het lezen niet echt is opgevallen hoe goed ik de structuur wel niet vond. Ik kan dus geen reden vinden om het boek op grond van structuur hoger dan een zes te geven: het is simpelweg voldoende. Lager is het ook zeker niet, om ongeveer dezelfde reden: het is mij niet een keer door het hoofd geschoten dat ik de structuur van het boek oh zo slecht vond.

We kunnen dus concluderen dat het boek, ook al lijkt het van wel door het positieve eind van mijn recensie, niet erg goed is geslaagd. Less is more zullen we maar zeggen!





Geen opmerkingen:

Een reactie posten