Christiaan
Weijts is een professional in het beschrijven en bespreken van de
ongemakkelijkheden die een mens ervaart in zijn of haar leven. Weijts deed dit
al in Art. 285 (hierin besprak hij het onderwerp stalken), Via Capello
23 (waarin het ging over de relativiteit van identiteit) en De etaleur (waarin
hij het feit dan mensen behoeften creeren behandelde). Dit is Weijts in de drie
genoemde boeken gelukt, zonder dat het thema ervoor zorgde dat je werd afgeleid
van het vertelde verhaal. Hij bespreekt echter in Euforie zoveel
ongemakkelijkheden, dat Euforie eronder bezwijkt.
Jammer dat
de prachtige beschrijvingen van Christiaan Weijts deze keer net iets te vaak
aan bod kwamen en de thema’s plus verhaallijnen kriskras door elkaar begonnen
te lopen. Waar ik normaliter zo van geniet werd mij nu toch echt te veel.
Johannes
Vermeer is een kunstenaar. Een tautologie zou je misschien zeggen, maar het is
niet de schilder die er in uw hoofd opkwam toen u de naam las! Johannes Vermeer
is in Euforie een jonge architect die ooggetuige is van een
terroristische aanslag. Vermeer vertelt, om onduidelijke redenen, iedereen pas
een halfjaar na de aanslag over zijn reddersrol tijdens de aanslag.
Vernieuwend is een van de woorden die zou vallen
als ik u vertel over mijn mening over Euforie. Hoewel Weijts, zoals gezegd, al
ervaring heeft met het schrijven van een boek waarin menselijke
ongemakkelijkheden word als thema, heeft hij het deze keer toch anders
aangepakt. Naar mijn mening op een minder goede manier als in de voorgaande
boeken. Voor mij is het grootste verschil de hoeveelheid beschrijvingen,
gebeurtenissen en visies die hij geeft in het boek. Het waren er enorm veel, er
hadden er zeker een paar kunnen worden geschrapt.
Ik vind het
enorm jammer dat hij dit niet heeft gedaan, het gaat namelijk ten koste van de
verassende en inzichtrijke delen die het boek ook zeker bevat. Een voorbeeld
van zo’n verassende vondst zijn de woorden ‘kom mee’. De woorden die Johannes
Vermeer uitspreekt als hij je tijdens het lezen meeneemt van de ene naar de
andere herinnering aan de aanslag. De kracht van deze woorden (en een aantal
andere mooie vondsten) wordt echter erg afgezwakt door het feit dat het boek te
vol is, te chaotisch. Het eindresultaat is ipv stuk voor stuk boeiende
gebeurtenissen, elke keer weer een essayerende beschouwing.
Stilistisch gezien was het boek totaal niet aan
mij besteed. Ik kan mij ongelofelijk ergeren aan de zeer vergezochte beschrijvingen
die Weijts soms geeft. Dingen als ‘om precies te zijn: zo groot als de kans dat
je fonkelende diamant aantreft in een varkensreet’ zijn misschien een keer
leuk, maar na een aantal keer zinnen in die trant te lezen kreeg ik er toch wel
genoeg van, maargoed: doorlezen!
De mate van
emotionele betrokkenheid werd, voor mij, behoorlijk verminderd door de
twee voorgaande feiten. Als ik me eenmaal ergens aan stoor lees ik met ENORM
veel tegenzin door, wat een opeenstapeling van ergernissen betekent en dus geen
fijne leeservaring. Ik vind het heerlijk als ik een boek lees waarin een ramp
gebeurt en ik er emotioneel helemaal in word opgezogen, maar als verscheidene
zaken afleiden van hetgeen waar het echt om draait ben ik er vrij snel klaar
mee. Wat mij op het volgende brengt: de intentie van de schrijver.
De intentie van de schrijver is volgens mij
toch wel het meenemen van de lezer, het meenemen van de lezer in het hoofd van
Vermeer. Het het meenemen van de lezer in de gedachtegang en herinneringen van
Vermeer. Wat door de flashbacks goed gelukt is. ja, dan toch een lichtpuntje!
Vermeer is
een gecompliceerd persoon, die, zoals eerder genoemd, om onduidelijke redenen
zijn heldendaad aan niemand vertelt. Uit zijn gedachten en herinneringen blijkt
dit dus ook niet. Toch neemt de schrijver je mee in de wereld van Vermeer. Dit
doet hij door letterlijk ALLES wat er in zijn hoofd omgaat te beschrijven
(‘kijk jongens, die borsten’). Een sterk punt van Euforie!
Structureel
vind ik het boek een zesje waard, dit zeg ik omdat mij tijdens het lezen niet
echt is opgevallen hoe goed ik de structuur wel niet vond. Ik kan dus geen
reden vinden om het boek op grond van structuur hoger dan een zes te geven: het
is simpelweg voldoende. Lager is het ook zeker niet, om ongeveer dezelfde
reden: het is mij niet een keer door het hoofd geschoten dat ik de structuur
van het boek oh zo slecht vond.
We kunnen
dus concluderen dat het boek, ook al lijkt het van wel door het positieve eind
van mijn recensie, niet erg goed is geslaagd. Less is more zullen we
maar zeggen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten