zondag 16 maart 2014

Willempie!

Titel: villa des roses
Auteur: Willem Elsschot
Uitgegeven: 1913
Pagina's: 167

Het boek is in 1913 geschreven, dus ten tijde van het neoclassicisme en de neoromantiek.

Neoclassicisme 
Dit is een stroming die terugkeert naar een vaste vormentaal (strofebouw, metrum) en oorspronkelijkheid in de beeldspraak niet meer als het belangrijkste kenmerk ervan ziet. De dichter mag traditionele vergelijkingen gebruiken, als er maar een persoonlijke overtuiging in zit.

Neoromantiek 
Dit is een reactie op de objectieve weergave van de gewone werkelijkheid voldoet voor deze schrijvers niet meer. Neoromantiek is een stroming in het proza waarin de droom of de verbeelding boven de werkelijk wordt gesteld. De verhalen spelen zich meestal af in een vaag verleden.

In hoeverre is dit werk typerend voor die tijd?
Voor die tijd, dus 1913, was Elsschots duidelijke en zakelijke stijl heel bijzonder. Deze schrijfstijl komt in het hele boek natuurlijk voor, maar dit citaat weergeeft zijn schrijfstijl erg goed (blz.88): "Intussen was het Knidulius aan te zieen dat hij iets overwoog. Opeens wees hij bijna onmerkbaar op een der ledige flessen en keek madame Brulot overvragend aan. Deze antwoordde door zeven vingers op te steken en Knidelius knikte ja." De situatie is heel objectief verteld door de schrijver zonder veel uit te wijken van wat hij wil zeggen; zakelijk dus. Hij past dus niet in de neoromantiek, met zijn objectieve vertelwijze. 


Er is in dit boek wel een beetje een onduidelijk verleden, maar verder heeft dit boek geen kenmerken van de neoromantiek. Het boek hoort eerder bij de stroming positivisme uit 1880, die in de wetenschap alleen uitgaan van objectieve, zintuiglijk waarneembare gegevens.


Plaats in literatuurgeschiedenis
- Wanneer is het werk voor het eerst gepubliceerd
In 1913 is het werk voor het eerst gepubliceerd. Dit boek was Elsschots romandebuut, maar hij kreeg er niet veel erkenning voor, dit kwam pas in de jaren dertig, door publicaties in het tijdschrift Forum.

- Wat weet je van de schrijver
Willem Elsschot (pseudoniem van Alfons Jozef de Ridder) werd op 7 mei 1882 in Antwerpen geboren en hij stierf op 31 mei 1960 in Antwerpen. Hij woonde in Parijs, Rotterdam, Brussel en Antwerpen. In Antwerpen stichtte hij in 1920 een reclamebureau. Na zijn debuutroman Villa des Roses, schreef hij de novelle Een ontgoocheling (1914) en de roman De verlossing (1916). De roman Lijmen verscheen in boekvorm in 1924. In 1932 kwam ELsschot in contact met de mannen van het tijdschrift Forum. Menno ter Braak en vooral Jan Greshoff spoorden Elsschot aan om, na een periode van zeven jaar literair niks gemaakt te hebben, weer aan de slag te gaan. 

ADAM EN EVA IN HUN BLOTE CONT..STANTINOPEL IS EEN MOOIE STAD!

Carry van Bruggen – Eva

Link naar een goede samenvatting:


Het boek draait, niet geheel onverwachts, om Eva. Het gaat in dit boek om het vrouwzijn en dat is wat ik in deze blog uit ga werken aan de hand van video’s. Ik wil graag out-of-the-box denken en vind dit een leuke manier om bepaalde dingen uit het boek te bespreken. Ik zal links plaatsen en erbij vertellen wat dit met het boek te maken heeft.


Dit filmpje past bij het boek omdat Eva heel vrouwelijk is en zich zo wil gedragen als van haar verwacht wordt, toch heeft ze kort haar. Wat ervoor zorgt dat bijvoorbeeld haar vriendin/collega Andy vindt dat ze op een jongen lijkt. In de video laat een meisje haar haren afknippen, waardoor ze voor mij op Eva gaat lijken. Het uiterlijk speelt een vrij grote rol in het boek. Je mag er niet te afwijkend uitzien want dan zullen mensen over je gaan praten. Eva heeft toch wel iets eigenwijs in zich en vandaar dat het haar goed bij haar past.


Dit is een grappig filmpje. De jongen zegt “why is everybody afriad to love” en laat een vrouw schrikken door heel hard “love” te schreeuwen. Eva is in het boek niet perse bang voor de liefde, maar begrijpt niet waarom je je heel erg aan iemand zou hechten, het geeft alleen maar verdriet als iemand overlijdt. Het gaat zelfs zo ver dat ze wel verlangd naar sex, maar het niet wil hebben en zich ervoor schaamt. Waarom zou ze iemand zo dichtbij laten komen?


Dit liedje gaat over slavernij en het verlangen naar vrijheid. Eva verlangd ook naar vrijheid. Haar leven is natuurlijk niet te vergelijken met het vrijheidsverlangen van een slaaf, maar ik vond het mooi om dit prachtige lied als symbool te gebruiken voor Eva’s verlangen. Andy vindt dat Eva op een jongen lijkt omdat ze kort haar heeft, Ze lijkt op een ideale jongen, want de echte mannen zijn allemaal gemeen. Andy kust eva en hier schrikt Eva van omdat het zondig is. En wat Eva juist zo graag wil is zo rein mogelijk zijn. ondanks dat Eva rein wil zijn wil ze toch ontsnappen aan de maatschappelijke druk die ze voelt. Ze wil niet altijd doen wat er word gevraagd.

zomaar wat informatie

Gelukkige slaven

eerste druk, september 2013
290 pagina’s
uitgeverij Promotheus

In deze blogpost wil ik een aantal zaken uit gelukkige slaven bespreken, voor de geïnteresserden!

Link naar informatie over het boek:

Allereerst wil ik de verschillende Tony’s bespreken.
Tony Hanssen 1
Tony Hanssen 1 is de sukkel van de twee mannen. Hij heeft in het casino veel geld weten te winnen, maar verliest dit al heel snel weer. Hij werkt als steward op een cruiseboot en als hij een keer van de boot afgaat in Rio, komt hij iemand tegen met wie hij meegaat, maar wordt dan verkracht en bestolen. Als hij met Bo Xiang’s vrouw mee moet om sex met haar te hebben en Bo’s geld wit te wassen, overlijdt de vrouw na de daad. Het geld dat hij denkt te stelen van haar , raakt hij weer kwijt. Maar met het afslaan van een kop thee redt hij zijn eigen leven. Zijn Tony 2 sterft en Tony 1 wil zijn leven overnemen, maar op het allerlaatste moment gaat hij toch weer met de jonge Belg die hem wil overhalen voor de bank te komen werken. Er word in het boek niet gezegd of dat een goede keuze was.

Tony Hanssen 2
Tony Hanssen 2 is een slimme man, een man die veel van computers weet. Hij heeft gefraudeerd bij de bank en is gevlucht, hij liet hiermee zijn gezin achter. In Zuid-Afrika wil hij op jacht naar de hoorns van de neushoorn. Hij vermoordt de stroper en weet het dier te ontdoen van zijn hoorn. Daarna vertrekt hij naar China om deze te verkopen aan Bo Xiang. Hij denkt slim te zijn en een deal te kunnen sluiten met Bo Xiang, maar dit lukt niet en hij overlijdt door de vergiftigde thee. Als lezer krijg je wel het idee van “net goed.”






Motto’s

“Hij hield van zijn kwellingen als van zijn trouwe vijanden.” (Joseph Roth)
&
“Toen ik hem voor het eerst zag, dacht ik: zoals deze man is, zo had ik moeten zijn” (Willem Frederik Hermans in “De Donkere kamer van Damocles”)
Beide motto’s slaan vooral op Tony Hanssen 1 die al veel te voorduren heeft gekregen (kwellingen) en die misschien wel wil lijken op Tony 2. Het tweede motto slaat op het dubbelgangersmotief [Dorbeck is in “De Donkere kamer van Damocles”de positieve versie van Henri Osewoudt]. Tony 1 is een loser die waarschijnlijk meer wil lijken op Tony 2, de stoere fraudeur. In de Donkere kamer is Henri  de loser en Dorbeck de held

Titelverklaring 

Beide Tony’s zijn slaven van de globalisering. Tony 2 heeft gefraudeerd en toen de bank failliet ging is hij er met veel informatie (memorysticks) en geld (bank op de Kaaimaneilanden) vandoor gegaan. Hij is alleen maar op zoek naar geld, dat is het doel in zijn leven. Hij weet niet te ontkomen aan het systeem: hij gaat dood aan vergiftigde thee, die hij drinkt tijdens een poging geld te verdienen. Tony 1 is de sukkel die zijn studie niet heeft afgemaakt, steward is geworden, seks heeft onaantrekkelijke vrouwen, verkracht is door manenn en zijn geld is kwijtgeraakt. Hij heeft dus geen succes in het leven. Ook hij is slaaf van het economische systeem.  Nadat Tony 1 Tony 2 zijn identiteit heeft overgenomen heeft Tony 1 wel de beschikking over zijn bankrekening op de Kaaimaneilanden, maar zoals gezegd weten we niet of dit slim was ivm het open eind. Beide Tony’s zijn dus slaven van het heersende economische systeem en komen hierdoor flink in de problemen.

In Euforie bespreekt hij echter zoveel ongemakkelijkheden, dat Euforie eronder bezwijkt

Christiaan Weijts is een professional in het beschrijven en bespreken van de ongemakkelijkheden die een mens ervaart in zijn of haar leven. Weijts deed dit al in Art. 285 (hierin besprak hij het onderwerp stalken), Via Capello 23 (waarin het ging over de relativiteit van identiteit) en De etaleur (waarin hij het feit dan mensen behoeften creeren behandelde). Dit is Weijts in de drie genoemde boeken gelukt, zonder dat het thema ervoor zorgde dat je werd afgeleid van het vertelde verhaal. Hij bespreekt echter in Euforie zoveel ongemakkelijkheden, dat Euforie eronder bezwijkt.

Jammer dat de prachtige beschrijvingen van Christiaan Weijts deze keer net iets te vaak aan bod kwamen en de thema’s plus verhaallijnen kriskras door elkaar begonnen te lopen. Waar ik normaliter zo van geniet werd mij nu toch echt te veel.

Johannes Vermeer is een kunstenaar. Een tautologie zou je misschien zeggen, maar het is niet de schilder die er in uw hoofd opkwam toen u de naam las! Johannes Vermeer is in Euforie een jonge architect die ooggetuige is van een terroristische aanslag. Vermeer vertelt, om onduidelijke redenen, iedereen pas een halfjaar na de aanslag over zijn reddersrol tijdens de aanslag.

Vernieuwend is een van de woorden die zou vallen als ik u vertel over mijn mening over Euforie. Hoewel Weijts, zoals gezegd, al ervaring heeft met het schrijven van een boek waarin menselijke ongemakkelijkheden word als thema, heeft hij het deze keer toch anders aangepakt. Naar mijn mening op een minder goede manier als in de voorgaande boeken. Voor mij is het grootste verschil de hoeveelheid beschrijvingen, gebeurtenissen en visies die hij geeft in het boek. Het waren er enorm veel, er hadden er zeker een paar kunnen worden geschrapt.

Ik vind het enorm jammer dat hij dit niet heeft gedaan, het gaat namelijk ten koste van de verassende en inzichtrijke delen die het boek ook zeker bevat. Een voorbeeld van zo’n verassende vondst zijn de woorden ‘kom mee’. De woorden die Johannes Vermeer uitspreekt als hij je tijdens het lezen meeneemt van de ene naar de andere herinnering aan de aanslag. De kracht van deze woorden (en een aantal andere mooie vondsten) wordt echter erg afgezwakt door het feit dat het boek te vol is, te chaotisch. Het eindresultaat is ipv stuk voor stuk boeiende gebeurtenissen, elke keer weer een essayerende beschouwing.

Stilistisch gezien was het boek totaal niet aan mij besteed. Ik kan mij ongelofelijk ergeren aan de zeer vergezochte beschrijvingen die Weijts soms geeft. Dingen als ‘om precies te zijn: zo groot als de kans dat je fonkelende diamant aantreft in een varkensreet’ zijn misschien een keer leuk, maar na een aantal keer zinnen in die trant te lezen kreeg ik er toch wel genoeg van, maargoed: doorlezen!

De mate van emotionele betrokkenheid werd, voor mij, behoorlijk verminderd door de twee voorgaande feiten. Als ik me eenmaal ergens aan stoor lees ik met ENORM veel tegenzin door, wat een opeenstapeling van ergernissen betekent en dus geen fijne leeservaring. Ik vind het heerlijk als ik een boek lees waarin een ramp gebeurt en ik er emotioneel helemaal in word opgezogen, maar als verscheidene zaken afleiden van hetgeen waar het echt om draait ben ik er vrij snel klaar mee. Wat mij op het volgende brengt: de intentie van de schrijver.

De intentie van de schrijver is volgens mij toch wel het meenemen van de lezer, het meenemen van de lezer in het hoofd van Vermeer. Het het meenemen van de lezer in de gedachtegang en herinneringen van Vermeer. Wat door de flashbacks goed gelukt is. ja, dan toch een lichtpuntje!

Vermeer is een gecompliceerd persoon, die, zoals eerder genoemd, om onduidelijke redenen zijn heldendaad aan niemand vertelt. Uit zijn gedachten en herinneringen blijkt dit dus ook niet. Toch neemt de schrijver je mee in de wereld van Vermeer. Dit doet hij door letterlijk ALLES wat er in zijn hoofd omgaat te beschrijven (‘kijk jongens, die borsten’). Een sterk punt van Euforie!

Structureel vind ik het boek een zesje waard, dit zeg ik omdat mij tijdens het lezen niet echt is opgevallen hoe goed ik de structuur wel niet vond. Ik kan dus geen reden vinden om het boek op grond van structuur hoger dan een zes te geven: het is simpelweg voldoende. Lager is het ook zeker niet, om ongeveer dezelfde reden: het is mij niet een keer door het hoofd geschoten dat ik de structuur van het boek oh zo slecht vond.

We kunnen dus concluderen dat het boek, ook al lijkt het van wel door het positieve eind van mijn recensie, niet erg goed is geslaagd. Less is more zullen we maar zeggen!